Max Havelaar

Multatuli

Eduard Douwes Dekker

Sjaalman?

 

Verdorie wie is 't nu?

Eduard Douwes Dekker

  • 1820-1867
  • gokverslaafd, vrouwenzot, rebel, berooid
  • Max Havelaar = hijzelf
  • getrouwd met Tine (Everdine baronesse van Wijnbergen)

Context

  • Zelf assistent-resident van Lebak
  • Ziet wanpraktijken lokale regent
  • Geen steun, neemt ontslag
  • Schrijft 'Max Havelaar' op kamertje in Brussel

 

Koloniale periode --> scherpe kritiek

(// postkoloniale literatuur: subaltern & seeing man)

Tekst

Raamvertelling --> ingewikkelde structuur!

20 hoofdstukken

 

Personages:

- Batavus Droogstoppel (vrouw, Marie, Frits) - Stern

- Sjaalman

- Max Havelaar (Tine & kleine Max)

- Andere ambtenaren: Verbrugge, Slymering

 

Vertelperspectief verandert constant

veel ingelaste vertellingen

Taal

Zowel roman als verhandeling --> helft van het boek zijn 'voetnoten' of 'bewijsstukken'

 

Maleise woordenschat --> verhoging authenticiteit

 

Woordenschat van Droogstoppel --> hypocriete, betweterige Hollander

Hoofdstuk 1

Vertelperspectief = Batavus Droogstoppel (naamgeving!)

 

Stereotypische, calvinistische Hollander - komisch

 

Generatieconflict --> al van hoofdstuk 1 aanwezig!

 

Duidelijke karakterisatie - blijft heel vlak

Hoofdstuk 20

Vertelperspectief = Stern, verhaal van Max Havelaar 

Ingelaste brief

 

Multatuli neemt over - 'vermoordt' personages Stern & Droogstoppel

 

Welke indruk krijg je van Multatuli/Eduard Douwes Dekker?

De Redevoering (hoofdstuk8)

Sterk uitgeschreven redevoering

* retorische trucs

* communicatieschema

* sterke structuur

 

De Redevoering (hoofdstuk8)

Zender - boodschap

Max Havelaar, pas assistent-resident

 

Expressieve boodschap = goede assistent-resident zijn, rekening houden met Hoofden & misbruik aanpakken

 

referentieel = er is misbruik, jullie voeren dat uit.

 

appellerend = proberen samen te werken

 

Relationeel = moeilijke positie - vreemde machthebber, Regenten = historisch & cultureel gezien de machthebbers DUS?

 

Zender - boodschap

1. Captatio Benevolentiae: Hij spreekt de Hoofden een voor een aan. Hij zegt dat hij blij is met hun aanwezigheid. Hij stelt zich nederig op en zegt dat hij van hen kan leren

 

2. Diplomatisch: Hij opent indirect en kaart voorzichtig en soms via retorische vragen de wantoestanden aan. Hij ‘reduceert’ het beeld van de Koning van Nederland als zijn opdrachtgever, doet het voorkomen alsof hij zijn macht van Allah heeft gekregen. Hij zegt dat de Hoofden op een mild oordeel kunnen rekenen daar hij zelf ook fouten maakt. Hij vraagt de Hoofden hem als een vriend te beschouwen.

 

3. Inspelen op gevoel publiek: Hij speelt in op hun eergevoel en op hun religieus gevoel. Hij stelt de vraag wat de mensen na de dood van de Hoofden over hen zullen zeggen en verbindt daaraan het al dan niet opgenomen worden door Allah.

 

Ontvanger

Hoofden van Lebak

 

Positie: eerder vijandig

 

Hebben macht: kolonisator heeft hun medewerking nodig (opstanden voorkomen) - Slotering (Max Havelaars voorganger) vergiftigd - krijgen ook steun van de resident op het einde van het boek

 

Code

Aanpassen aan publiek!

 

geel = lokale woordenschat, "oosterse" taal

groene accolades = vele retorische vragen

paars = zwaar uitgewerkt contrast

groen = captatio benevolentiae

rood = anafoor

Tjokvol herhaling = 'hoofden van Lebak!'

 

Code

Code

Ruis

Externe/fysieke ruis: geen sprake van

 

Semantische ruis: probeert Havelaar zoveel mogelijk te vermijden door code

 

Sociale ruis: Uit zijn hele betoog blijkt 'respect' en interesse voor de regenten

 

psychologische ruis: onvermijdelijk - kolonisator

Max Havelaar

By klaasvangilbergen

Max Havelaar

  • 39