Nederlands 4
Schooltaalwoorden deel 3

The rules
- Quiz! 1 punt per juist antwoord
- Samen met je buur
- Alle boeken toe, enkel pen & papier
- Verbetering door ander duo
- 2 rondes!
Ronde 1
- Meerkeuzeronde
- Selecteer het/de juiste antwoord(en)!
Vraag 1
Welk(e) synoniem(en) komt overeen met het woord 'creëren'?
A) scheppen
B) ontwerpen
C) benoemen
D) aansporen
Vraag 2
In welke zin is het woord 'vormgeven' correct gebruikt?
A) De bakker gebruikte zijn deegroller om het brood vorm te geven.
B) De architect werkte nauw samen met de interieurontwerper om het nieuwe kantoorpand vorm te geven.
C) De schilder gebruikte zijn penseel om de kleuren op het doek te vormgeven.
D) Ze vormgeven een prachtige bloemenkrans voor het feest.
Vraag 3
Inspireren: Wat betekent het om iemand te inspireren?
A) Iemand aansporen om een misdaad te plegen.
B) Iemand motiveren of nieuwe ideeën geven.
C) Iemand ontmoedigen om zijn dromen na te jagen.
D) Iemand dwingen om een beslissing te nemen.
Vraag 4
Ontleden: Wat is de betekenis van het woord “ontleden”?
A) Iets in stukken snijden met een mes.
B) Iets analyseren of in delen opdelen om het beter te begrijpen.
C) Iets verbergen of geheim houden.
D) Iets snel afhandelen zonder aandacht voor details.
Vraag 5
Pleiten: Wat houdt het in om te pleiten voor een zaak?
A) Een zaak verdedigen in een rechtszaak.
B) Een zaak negeren en er niet over praten.
C) Een zaak aanvallen en bekritiseren.
D) Een zaak uitstellen tot een later tijdstip.
Vraag 6
Contrasteren: Wat betekent het om twee dingen te contrasteren?
A) Ze vergelijken en overeenkomsten benadrukken.
B) Ze naast elkaar plaatsen om de verschillen te benadrukken.
C) Ze vermengen tot één geheel.
D) Ze negeren en geen aandacht besteden aan hun kenmerken
Vraag 7
In welke zin wordt 'relatief' verkeerd gebruikt?
A) Deze taak is relatief moeilijk, dus ik zal het snel afmaken.
B) De kosten van levensonderhoud zijn hier relatief hoog.
C) In vergelijking met andere steden is Amsterdam een relatief veilige plek om te wonen
D) Deze nieuwe technologie is relatief eenvoudig te begrijpen.
Pas het woord in de juiste zin!
Ronde 2
- (...) van ethische dilemma’s vereist een diepgaande reflectie op morele waarden en de gevolgen van onze keuzes.
- Vanuit een filosofische (...) beschouwd, kunnen we de aard van tijd en ruimte beter begrijpen.
- De (...) van de neurochirurg was cruciaal bij het uitvoeren van de delicate operatie aan de hersenen.
- Een (...) oordeel is essentieel voor rechters bij het afwegen van bewijsmateriaal in complexe juridische geschillen.
Welke woorden passen het best in de volgende vier zinnen?
Keuze tussen: de aanwending, de aansporing, de overweging,
de vormgeving, relatief, onpartijdig, deskundigheid,
invalshoek, motivatie
Schooltaalwoorden deel 3
By klaasvangilbergen
Schooltaalwoorden deel 3
- 155