DC

TCP/IP Model

02                                        2025-2026

In TCP/IP Model leren we wat het model is, doorlopen we de lagen van dit model , leren we overzaken zoals mac-adress en nog veel meer. Na deze module zal het internet geen geheimen meer hebben voor jou.

TCP/IP MODEL

THE MODEL

01

01

THE MODEL

HET MODEL

Structuur

  1. Toepassingslaag
  2. Transportlaag
  3. Internetlaag
  4. Netwerklaag

01

THE MODEL

NETWERKLAAG

Functie

  • De netwerkinterface-laag, ook wel bekend als de datalink- en fysieke laag in het OSI-model, zorgt voor de fysieke overdracht van gegevens over het netwerk. Het beheert de communicatie tussen apparaten op hetzelfde netwerksegment.
  • Deze laag behandelt de fysieke verbinding, zoals bekabeling en signaaloverdracht, en de datalinkprotocollen voor het afleveren van frames aan het juiste netwerkapparaat.

Voorbeelden van Technologieën

  • Ethernet: Een veelgebruikt protocol voor bekabelde netwerken.
  • Wi-Fi: Een technologie voor draadloze netwerken.
  • P2P (Point-to-Point Protocol): Wordt gebruikt voor directe verbindingen tussen twee netwerkapparaten.

Werking

  • Ethernet- en Wi-Fi-adapters zorgen voor de “fysieke” verbinding van computers en andere apparaten met het netwerk.
  • Switches en hubs functioneren op deze laag om gegevensframes naar de juiste apparaten te sturen.
  • MAC-adressen worden gebruikt om gegevens naar het specifieke apparaat binnen een lokaal netwerk te sturen

01

THE MODEL

MAC-Address

Wat is een MAC? (Media Access Control-Address

  • Geen hamburger maar een reeks hexadecimale cijfers (12)
  • een uniek identificatienummer dat permanent aan de netwerkinterfacekaart (NIC) van een apparaat is toegewezen door de fabrikant.
  • verpakt in een frame door de netwerkinterface-laag. Dit frame bevat naast de gegevens ook de MAC-adressen van de afzender en de ontvanger.

Hoe wordt het gebruikt? (Switch)

Mac-address tabel

Switches bouwen een MAC-adrestabel (Forwarding Table) op. Deze tabel houdt bij welk MAC-adres zich op welke poort van de switch bevindt.
 

Frameverwerking

De switch stuurt het frame alleen naar de poort die overeenkomt met het bestemmings-MAC-adres. Dit maakt de overdracht efficiënter en vermindert netwerkverkeer.
 

Leervolgorde

Als de switch het MAC-adres van de ontvanger niet in zijn tabel heeft, stuurt het het frame naar alle poorten (broadcasten) en leert het de MAC-adresinformatie door het antwoord van de bestemmingsapparaat.

01

THE MODEL

INTERNETLAAG

Functie

  • Verantwoordelijk voor het routen van gegevens tussen netwerken. Het zorgt ervoor dat gegevens van de ene naar de andere netwerkapparaat worden gestuurd, ongeacht het netwerk waar ze zich bevinden.

  • Deze laag beheert de logische adressering en routering van gegevenspakketten.

Voorbeelden van Technologieën

  • IP (Internet Protocol): Verantwoordelijk voor adressering en routering van gegevenspakketten. Er zijn twee versies: IPv4 en IPv6.
     
  • ICMP (Internet Control Message Protocol): Gebruikt voor het verzenden van foutmeldingen en operationele informatie over het netwerk (bijv. ping).

Werking

  • IP-adressering zorgt ervoor dat gegevens van een webbrowser naar een webserver worden gestuurd via routers en switches.
     
  • ICMP wordt gebruikt om netwerkconnectiviteit te testen via tools zoals ping.

TCP/IP MODEL

TRANSPORT / APPLICATION

02

02

TRANSPORT / APPLICATION

TRANSPORTLAAG

Functie

  • De transportlaag zorgt voor betrouwbare gegevensoverdracht tussen twee apparaten. Het biedt end-to-end communicatie en beheert de controle over gegevensoverdracht.
     
  • Het kan zowel betrouwbare als onbetrouwbare datatransmissie bieden, afhankelijk van het gebruikte protocol.

Voorbeelden van Technologieën

  • TCP (Transmission Control Protocol): Zorgt voor een betrouwbare, verbindingsgerichte communicatie door het controleren van fouten, hertransmissies, en volgorde van gegevens.
  • UDP (User Datagram Protocol): Biedt een snellere, verbindingsloze communicatie zonder garanties voor betrouwbaarheid of volgorde.

Werking

  • TCP wordt gebruikt voor toepassingen zoals webverkeer (HTTP/HTTPS) en bestandsoverdracht (FTP - File Tranfer Protocol).
     
  • UDP wordt gebruikt voor toepassingen zoals streaming media en online gaming, waar snelheid belangrijker is dan betrouwbaarheid.

02

TRANSPORT / APPLICATION

TCP vs. UDP

Wat is TCP? (Transmission Control Protocol

  • Verbindingsgericht protocol
    Eerst een verbinding opzetten, dan data versturen. 
     
  • Betrouwbare gegevensoverdracht
    Zorgt voor volledige, foutloze gegevens.
     
  • Flow control & error checking
    Hertransmissie van verloren pakketten. 

     
  • Toepassingen
    EPD-systemen (Elektronische Patiëntendossiers)
    E-mail (SMTP, IMAP)
    Bestandsoverdracht (FTP)
    Webverkeer (HTTP/HTTPS)

02

TRANSPORT / APPLICATION

TCP vs. UDP

Wat is UDP? (User Datagram Protocol

  • Verbindingsloos protocol
    Geen connectie nodig vooraf. 
     
  • Onbetrouwbare overdracht
    Geen garantie dat pakketten aankomen of in volgorde blijven.
     
  • Sneller en efficiënter
    dan TCP (Geen hertransmissies). 
     
  • Toepassingen
    Patiëntmonitoring (real-time alarmsystemen)
    Streaming (audio/video)
    VoIP (bellen over internet)

02

TRANSPORT / APPLICATION

TCP vs. UDP

Verschil tussen TCP en UDP

Kenmerk TCP UDP
Verbindingstype Verbinding georienteerd Verbindingloos
Betrouwbaarheid Betrouwbaar, hetransmissie mogelijk. Geen garantie op levering.
Gegevensvolgorde Gegevens komen in volgorde aan. Volgorde niet gegarandeerd
Snelheid Langzamer door foutcorrectie Sneller, minder overhead
Overhead Hogere overhead (meer controle) Lage overhead, simpele structuur
Gebruik in ziekenhuis EPD's , bestandsoverdracht, e-mails Real-time alarmen, steaming video, VoIP

Overhead = Extra gegevens (en verwerking) die nodig is om een pakket correct te versturen en te verwerken.

Kies TCP voor betrouwbare communicatie zoals patiëntendossiers en bestanden, en UDP voor snelle, real-time communicatie zoals alarmsystemen of live video.

02

TRANSPORT / APPLICATION

APPLICATIELAAG

Functie

  • De toepassingslaag biedt de interface tussen netwerktoepassingen en de onderliggende netwerkprotocollen. Het zorgt ervoor dat applicaties gegevens kunnen verzenden en ontvangen over het netwerk.
     
  • Deze laag biedt de diensten en protocollen die nodig zijn voor applicaties om netwerkcommunicatie te faciliteren.

Voorbeelden van Technologieën

  • HTTP/HTTPS (HyperText Transfer Protocol (Secure)): Voor webverkeer
  • FTP (File Transfer Protocol): Voor bestandsoverdracht.
  • SMTP (Simple Mail Transfer Protocol): Voor e-mailverzending.
  • DNS (Domain Name System): Voor domeinnaamresolutie.

Werking

  • Webbrowser die verbinding maakt met een webserver.
  • Uploaden van bestanden naar cloud, etc.
  • E-mailclient die berichten verzendt of ontvangt.

TCP/IP MODEL

PROTOCOLS

03

Uitleg Protocollen

HTTP (HyperText Transfer Protocol)

03

PROTOCOLS

  • Gebruik: Verzenden en ontvangen van webpagina’s via het internet.
  • Poort: 80
  • Toepassing: Webverkeer (bijv. patiënteninformatie op een intranet).
  • Kenmerk: Geen encryptie, onveilig voor gevoelige gegevens.

HTTPS (HyperText Transfer Protocol Secure)

  • Gebruik: Veilige versie van HTTP, gebruikt voor het versleutelen van webverkeer.
  • Poort: 443
  • Toepassing: Veilig browsen en uitwisseling van vertrouwelijke gegevens, zoals EPD’s.
  • Kenmerk: Beveiligd met SSL/TLS, ideaal voor gevoelige data.

FTP (File Transfer Protocol)

  • Gebruik: Bestanden overdragen tussen computers op een netwerk.
  • Poort: 20 (data) en 21 (besturing)
  • Toepassing: Overdracht van grote bestanden, zoals MRI-scans.
  • Kenmerk: Kan onbeveiligd zijn, FTP over SSL/TLS (FTPS) wordt aanbevolen voor beveiliging.

Uitleg Protocollen

SMTP (Simple Mail Transfer Protocol)

03

PROTOCOLS

  • Gebruik: Verzendt e-mails tussen servers.
  • Poort: 25
  • Toepassing: E-mailcommunicatie tussen ziekenhuisafdelingen.
  • Kenmerk: Alleen verantwoordelijk voor verzenden van e-mails, voor ontvangen worden IMAP of POP3 gebruikt.

DNS (Domain Name System)

  • Gebruik: Veilige versie van HTTP, gebruikt voor het versleutelen van webverkeer.
  • Poort: 443
  • Toepassing: Veilig browsen en uitwisseling van vertrouwelijke gegevens, zoals EPD’s.
  • Kenmerk: Beveiligd met SSL/TLS, ideaal voor gevoelige data.

Conclusie

Deze protocollen vormen de basis voor veilige communicatie in ziekenhuizen. HTTPS beveiligt webverkeer en patiëntendossiers, FTPS beveiligt bestandsoverdracht, SMTP zorgt voor e-mailcommunicatie, en DNS vertaalt domeinnamen naar IP-adressen voor eenvoudige toegang tot systemen.

TCP/IP MODEL

RECAP

04

04

RECAP

CRASHCOURSE NETWORKING (1)

04

RECAP

CRASHCOURSE NETWORKING (2)

04

RECAP

OPDRACHT

Doel 

Begrijp en demonstreer hoe het TCP/IP-model werkt in de medische sector.

 

Kies een Voorbeeld

Selecteer een medisch systeem of apparaat (bijv. EPD, MRI-Scanner, Patiëntalarmsysteem).

 

Analyseer door het TCP/IP-model
 

Presenteer je Bevindingen

Leg elke laag en zijn rol in je voorbeeld uit.

APPARATEN:

  • Elektronisch Patiëntendossier (EPD)
  • MRI-Scanner
  • Patiëntalarmsysteem
  • Infuuspomp
  • Telemetriesysteem
  • Beeldarchiveringssysteem (PACS)
  • Labinformatiesysteem (LIS)
  • Robotchirurgie-apparaat
  • Wearable gezondheidssensoren
  • Apotheeksysteem voor medicatiebeheer

DC/2 - TCP/IP Model

By Niels Minne

DC/2 - TCP/IP Model

  • 155